‘Mama, brievenpost!’

Triomfantelijk legt Nadja de post op tafel. Hè? Hoe heeft ze dat nou vanuit haar rolstoel opgeraapt? Ik loopt naar de hal en zie dat onder de brievenbus een kist met sinaasappels staat, een mooi verhoginkje voor Nadja. Ah, de groenteman is geweest.

Tussen het grauwe papierwerk, valt mijn oog op een enveloppe met pastelkleurige bloemetjes langs de rand. Ik vis hem ertussenuit.

Er zit een prachtige kaart in van mijn tante, twee velletjes lijntjespapier vallen eruit, volgeschreven in haar lusserige handschrift. Met een kop koffie geniet ik van de alledaagse dingen die ze me schrijft. Na afloop leg ik de brief met een glimlach weg. Wat is het toch leuk als iemand de moeite neemt een persoonlijke kaart te kiezen, je te schrijven en een brievenbus op te zoeken. Ik moet eerlijk bekennen dat dat laatste bij mij soms dagen duurt. Dan ligt mijn ‘te verzenden post’ al die tijd in een hoekje in de hal te wachten.

Nadja creëert met regelmaat persoonlijke berichten aan mensen die ze lief vindt: opa, oppas, klassenassistent, allemaal hebben ze wel een (aantal) keer een kleurplaat in hun favoriete kleur, met een x-je van Nadja eronder ontvangen.

Ter plekke neem ik me voor vaker een kaartje te versturen. In ieder geval naar mensen die ik weinig zie. Niet via Whatsapp en ook niet alleen met ‘groetjes’ eronder, maar met een persoonlijk bericht.

Ik koop een kaart voor mijn tante, schrijf haar terug en leg de kaart in de hal om die later te posten.

Twee dagen later loop ik in gedachten langs het dressoir waar de kaart van mijn tante op prijkt. Huh? Er staat een kaart naast met klaprozen erop, die me bekend voorkomt. Maar…

In Nadja’s kamer vindt ik de opengescheurde enveloppe met mijn handschrift erop.

Dat heb je nou van uitstelgedrag.

Met dank aan het sinaasappelkistje…