Hebben pubers een knopje? Ik denk dat Nadja hem gevonden heeft.

De afgelopen week heb ik met regelmaat gedacht: dat lieve filmpje voor haar verjaardag haal ik van het internet!

Werkelijk, van de één op de andere dag is tante Pollewop aan het puberen.

Hoe dan?

-Voorover hangen als ze uit de rolstoel moet, zodat je de riempjes niet los kunt maken.

-Niet mee willen helpen in/uit de rolstoel, potje, bad.

-Tegenwerken bij het aan- of uitkleden

-Billen niet optillen bij het wisselen van de luier

Toppunt was, dat ze zich vanuit de rolstoel op de grond liet glijden. Ik til geen 36 kilo vanuit mijn knieën omhoog. Gelukkig gebeurde het vlak voor haar bed -waar de rails is- dus, tillift erbij, maar mevrouw kroop er lekker vandaan.

En dan lachen hè… gemeen lachen, zo van jahaaa zo kan ik jou dwarszitten, of woedend: gebalde vuisten, gillen.

 

‘Gewoon’ pubergedrag dus, waar ik iets mee moet. Want, waar puberen over het algemeen gaat over: je losmaken van je ouders, steeds meer je eigen pad volgen, zal Nadja zich -helaas voor haar- nooit helemaal los kunnen maken van zorg.

Bovenal moet ik met mezelf aan de slag, om ervoor te zorgen dat de onmacht geen grip krijgt. De gedachte dat er een moment komt dat het niet meer gaat: het dag in dag uit tillen, sjorren, hijsen, druk ik hardnekkig de kop in.

Dit is een fase hou ik mezelf voor, als ze goed meehelpt gaat het nog jaren prima.

Het wordt manoeuvreren tussen haar ideeën en de mijne, tussen waar ze de ruimte kan krijgen en waar niet. Precies zoals mijn vader dat altijd zei:

‘Het gaat om bruggetjes bouwen en muurtjes plaatsen.’

Tja, meisjes van dertien…