Luiers en bier

Het is 22.40 uur als ik gebeld word: ‘Mam, Nadja heeft een poepbroek!’

Sinds een jaar mag de oppas naar huis als Nadja slaapt, broer Jay neemt het dan over. Al die tijd is ze niet één keer wakker geworden. Ik schrik, ik ben vijftig kilometer van huis.

In de auto had ik met een glimlach om mijn mond aan Jay gedacht. Hoe hij met een grijns om zijn mond had verteld over het feest dat hij de avond ervoor had gehad. Hij had wat biertjes gedronken én een baco. Vandaar dat hij wat later thuis was, ‘want een half uur eerder wankelde ik nog, mam.’ Omdat hij het eerlijk vertelde, verstandig had gewacht én niet alleen naar huis was gefietst, was ik niet boos geworden.

Ik zeg tegen Jay dat er niets anders opzit. Hij hoeft geen doekjes te gebruiken, gewoon even de luier wisselen. Jay moppert wat, zegt oké en hangt op.

‘Wat was dat?’ vraagt mijn gezelschap. Vier paar ogen staren me aan.

‘O, dat was Jay. Nadja had gepoept,’ begin ik nuchter. En dan ineens breekt onverwacht mijn stem en komen de tranen.

Bijna zeventien is Jay. Sinds Nadja er is, probeer ik er alles aan te doen om te voorkomen dat hij tekort komt en ongemak ondervindt van zijn bijzondere zusje. Dat wij haar ouders zijn en dus voor haar zorgen is regel nummer één. Nu is voor mijn gevoel die regel verbroken.

‘Joh, mijn oudste heeft ook weleens de kots van de jongste opgeruimd,’ zegt iemand lief. Het helpt, maar toch is het anders. Mijn puberzoon zou geen luier moeten hoeven wisselen bij zijn zus van dertien.

 

De volgende dag aan het ontbijt kom ik er op terug. Ik complimenteer Jay dat hij tóch doekjes heeft gebruikt. Hij zegt: ‘Mam, niet meer dan normaal. En nu erover stoppen. Ik heb complimenten genoeg gehad.’ Ik draai snel mijn gezicht weg, wil hem mijn opnieuw opwellende tranen van trots niet laten zien. Mijn puberzoon gaat zo hard richting volwassenheid.

Voorlopig wens ik hem meer biertjes dan luiers toe.