Een paar weken geleden kwam Nadja met de laatste schoolfoto thuis. Ik was blij verrast. Wat staat ze er leuk op, zo echt zoals ze is. Trots zette ik hem op de kast. Vorige week liep ik er langs, toen ik bedacht: wat zie ik er nou aan…? Ineens ‘zag’ ik het: ze hadden de hoofdsteun van de rolstoel weg geretoucheerd. Ik keek naar de Nadja zoals ze bij haar geboorte bedoeld was: zonder beperking. Gewoon.  

Nadja zit zelf in de fase van ‘gewoon’ zijn. Zo wil ze ineens niet meer op de po/douchestoel maar op de gewone toiletbril, nu lukt dat maar half en half want ze kan zich nergens vasthouden. Volgende week de klusjesman wandbeugels laten plaatsen.

Gewoon betekent ook dat ze niet meer in haar rolstoel de taxi in wil, maar lopend. Gelukkig heeft ze een fantastische chauffeur, want handig is anders.

Ik begrijp het zo goed en Ik haat mezelf dat ik sta te zuchten als zij iets ‘gewoon’ wil doen maar het simpele feit is, dat het niet gewoon is: met haar eenenveertig kilo hou ik haar bijna niet meer als ik haar moet ondersteunen. Er komt een tijd dat ik haar gewoon willen zijn zal moeten begrenzen, omdat ik het gewoon niet meer kan. Die gedachte maakt me verdrietig, het frustreert me.

Dag voor dag, stap voor stap, niet te ver vooruit denken, denk ik dan. Voor alles is een oplossing.

Met een glimlach denk ik aan zondagmorgen. Ik was boven aan het douchen. Toen ik beneden kwam, had Nadja zelf de eieren in de pan gedaan, water gehaald bij haar eigen wasbak en de sinaasappels klaargelegd om te persen. Ze was net bezig de afwasmachine uit te ruimen. 

Hah! Mijn dochter is niet gewoon, zij is namelijk super!