Buiten is het 26 graden. Nadja zit in de tuin te puzzelen. Ze wijst ergens naar en vraagt wat. Ik zit heerlijk in mijn boek en mompel ‘ja hoor.’

Ze rolt naar de RaceRunner (het loophulpmiddel voor atletiek) en begint aan de hoes te trekken.

Ik kijk op van mijn boek. ‘Wil je lopen?’

‘Nee,’ antwoordt ze, ‘de hoes moet eraf. Veel te warm voor de RaceRunner.’

Ahh. Ik glimlach en denk aan gisteren toen ze tijdens het boodschappen doen ineens haar hand voor haar mond sloeg: ‘O nee!’ Toen bleek dat ze vergeten was dat Beer en pop nog in bad zaten 😊.

Zou ik me zorgen moeten maken? Feit is dat Nadja in de buurt geen vriendjes heeft, ze speelt altijd alleen.

Aan de andere kant, ik had ook imaginaire vrienden. Als kind had ik een spijkerpet waar ik tegen sprak . Onafscheidelijk waren pet en ik. Hevig verontwaardigd was ik dat pet in de klas aan de kapstok moest. Was ik een eenzaam kind? Zeker niet.

Dus nee, ik ga me geen zorgen maken om Nadja. Ze moedert graag en kijkt naar filmpjes over de verzorging van baby’s. Als er op school of in het logeerhuis een kind hulp of verzorging krijgt, staat ze er met haar neus bovenop.

Terwijl ik dit schrijf, geeft ze Beer op zijn kop omdat hij niet rechtop wil blijven zitten.

Ach, wat moeten we zonder fantasie: het geeft het leven net dat vleugje extra.