‘Vanmiddag gaan we naar een verjaardag,’ zeg ik tegen Nadja. Ik noem de naam van het meisje dat jarig is.

Ze slaakt een gilletje van blijdschap. Zelf sta ik altijd op scherp bij dit soort feestjes. Wat wordt het deze keer: een groot succes spelend naast of met de andere kinderen of groot verdriet omdat ze hen letterlijk niet bij kan benen. Naar verjaardagen waar ze qua ruimte niet kan manoeuvreren ga ik al niet meer.

Als we aankomen, zijn de meisjes boven aan het spelen. Na enig overleg besluiten we Nadja naar boven te tillen, er is een traphek. Als ze net vanuit de rolstoel op de grond zit, haar lange benen onhandig naast die van de kleintjes, bedenken diezelfde kleintjes ineens dat ze naar de trampoline gaan. Tja, zo gaat dat.

‘Blijf je hier?’ vraag ik aan Nadja. Er ligt genoeg speelgoed op de grond.

‘Ja,’ zegt Nadja.

Langzaam loop ik de trap af, ik kijk nog een keer om. Ze heeft een Barbie vast. Als de meisjes een kwartier later de trap af stuiven, tillen we Nadja weer naar beneden. Ik heb niet het idee dat ze met iemand heeft gespeeld.

Jongere kinderen sluiten goed aan bij haar belevingswereld, maar missen vaak nog de inleving in een ander en schrikken soms van Nadja’s robuuste bewegingen. Meiden van haar eigen leeftijd zijn meer geneigd haar erbij te betrekken en te helpen, alleen, daar mist ze vaak de aansluiting qua interesses: de idolen waar zij over spreken, zeggen haar niets. Ik snap wel dat ze zo gefascineerd is door baby’s. Die praten nog niet over dingen die zij niet begrijpt en ze rennen niet weg 😊.

Gelukkig kan ze enorm genieten van lekker eten en gezelligheid om haar heen. Wellicht geeft het alleen mij een ongemakkelijk gevoel als ik mijn kind aan de zijlijn zie staan. Want Nadja zelf kijkt vandaag rustig vanuit haar rolstoel naar de druk kwebbelende dames. Ze kijkt van de één naar de ander en lijkt het oké te vinden.

Als ze het uiteindelijk toch zat is, rijdt ze naar een groepje volwassenen. Tussen de (vaak mannelijke) volwassene is altijd wel iemand die haar in het middelpunt van de belangstelling zet.

Alsof ze denkt: kinderen? Wat moet ik met kinderen, ik ben toch al groot?