Onlangs las ik een artikel over een oudere dame, die drie – inmiddels overleden – gehandicapte zonen had gehad. Ze was nooit ingestort zei ze, want ze waren alle drie zo mooi en lief en ach, eigenlijk was hun verzorging in zekere zin makkelijker dan die van gezonde kinderen: “Ze trokken niks omver, vielen niet van de trap en deden geen dingen die niet mochten”.

Ze lagen vaak in het ziekenhuis, dan ging zij mee als hun privéverpleegster, bijvoorbeeld voor hun sondevoeding, want ook toen al hadden verpleegsters geen tijd daar een uur mee bezig te zijn. Haar verdriet had ze altijd toegedekt onder een laag humor, want: “Wat moet je dan? De hele dag huilen? Dan komt er niemand meer, daar heeft niemand zin in”. 

Ik legde het artikel weg en staarde voor me uit. Ik ken ze ook, deze moeders, die zich door humor staande houden. De moeder die even de magneet van het cochleair implantaat van het hoofd van haar kind haalt, zodat hij niet hoort wat niet voor zijn oren bestemd is. De moeder die als haar kind weer eens gestruikeld is, roept: ‘Ademt ie nog?’ De moeder die als haar kind doorlopend toevallen krijgt, nuchter opmerkt: ‘Dan slaapt ze tenminste vannacht een keer door.’ Of de moeder die als er gevraagd wordt wat haar kind (die niet meer kan dan op zijn rug liggen) gaat doen als hij achttien is, met een stalen gezicht zegt: ‘Vakkenvullen bij Albert Heijn.’ 

Galgenhumor? Misschien. Maar het werkt wel. En wellicht moet je zelf een `bijzonder kind’ hebben om deze humor te begrijpen. Humor als harnas, als overlevingstactiek.

Ik herken trouwens ook de moeder die als privéverpleegkundige haar kind verzorgt – één moeder in bijzonder – als ze voor de zoveelste keer in het ziekenhuis ligt: aankleden, haren mooi doen, voeding geven, saturatie in de gaten houden… ze leest haar kind beter dan wie dan ook. Dat haar eigen leven op dat moment stil staat, daar klaagt ze nooit over.  

Natuurlijk zijn deze moeders (net als ik) heus weleens verdrietig als vriendinnen naar eindexamenuitreikingen gaan, of naar de muziekuitvoering van hun kind. Maar het optimisme overwint altijd. 

En daarom, lieve sterke moeders, wil ik jullie een keer bedanken. Want, jullie Jullie zijn een kracht, een inspiratie en jullie opgewektheid werkt aanstekelijk.

In ieder geval voor mij.