Nadja komt uit school met een briefje in haar tas, ze heeft het samen met de juf getypt:

 

“Ik wil later telefoniste worden.

Ik moet goed kunnen praten, luisteren en dingen onthouden.

Ik moet dan ook achter de computer werken.”

 

Leuk dat ze weet wat ze wil en zoveel vertrouwen heeft in zichzelf.

Goed luisteren en onthouden, met de computer werken, ja hoor, ik zie het voor me.

Het praten zal het grootste euvel zijn, zelfs nu ze daarin zoveel heeft bereikt. Haar woordenschat is enorm toegenomen en ze is beter verstaanbaar, de spraakcomputer staat stof te vangen. Maar volzinnen door de telefoon, waarbij ze dus geen gebruik kan maken van haar mimiek of gebaren, hmm…

 

Ik hang het briefje op haar prikbord. Visualiseer je droom, toch?

 

In de week die erop volgt valt me een aantal keer iets anders op:

Hoe ze aan haar vriendinnetje vraagt of ze lekker zit, of dat ze een kussentje wil. Of vriendinnetje ketchup of curry bij haar tosti wil. Of ze het – als we buiten wandelen – niet koud heeft. En of ze moe is en misschien bij haar in de rolstoel wil.

 

Ik merk op dat ze een eettafelstoel naar achter schuift, zodat het bezoek begrijpt dat het daar kan plaatsnemen. Joviaal en met een glimlach erbij: ‘Kom maar zitten!’

 

En als laatste zie ik hoe ze de jas van opa uit de gang haalt en hem keurig openhoudt zodat hij zijn armen erin kan steken.

(Iets minder netjes is, dat ze al twee keer hardop heeft gevraagd hoe laat hij weggaat 😊)

 

Kortom, volgens mij is onze dochter geknipt voor een ander beroep: die van gastvrouw!