‘Mama, waar zijn de Sinterklaasliedjes?’

Het is 18 november, Sint is net in Nederland aangekomen en dat is Nadja niet ontgaan. Ik kon dus op mijn klompen aanvoelen dat ze erover zou beginnen. Zeventien dagen non-stop Sintliedjes luisteren is best lang. Gelukkig hou ik van dit kinderfeest – dat wil zeggen: van de tijd toen ik het zelf zorgeloos vierde, inclusief zwarte pieten. Nadja maakt zich niet druk om de kleur van Piet, haar is het om het even. Echt een kind van deze tijd, tenminste… 

Ik haal in de berging het cellofaan van de cd-hoesjes. Vorig jaar ben ik zo slim geweest, direct nieuwe te kopen om frustratie over ‘liedjes die het niet meer doen’ te voorkomen. Triomfantelijk loop ik de trap af: ‘Kijk eens!’

‘En de kleren…’ zegt Nadja streng.

Sinds jaar en dag is Nadja Sinterklaas. Misschien toch vanwege het dilemma Piet?

De mijter past niet meer op haar bijna veertienjarige hoofd. Met wat kunst en vliegwerk in de vorm van linten met een strik onder haar kin, blijft hij op zijn plaats. De staf is vorig jaar gebroken, die heb ik niet vervangen, aangezien onze Sint er soms gevaarlijk mee in de rondte zwaait. De variant van schuimrubberen steel met daarop de gouden krul vindt ze geen probleem. 

Als ik achter de computer zit, roept Nadja vanuit haar kamerdeur: ‘Liedje zingen!’

‘Ja hoor,’ mompel ik afwezig.

Haar deur gaat weer dicht.

En weer open: ‘Jij!’ roept ze.

O. Het kwartje valt. Braaf zing ik “Sinterklaasje kom maar binnen…”

Nooit geweten dat je met een rolstoel ook kunt schrijden, maar het kan. Sint Nadja schrijdt de kamer in. Sint weet alleen niets te zeggen, Sint straalt alleen maar, iedere dag opnieuw. 

Morgen zing ik voor het laatst “Dag Sinterklaasje, dááág, dááág”

Donderdag vraagt ze om de kerstliedjes. Dat weet ik zeker. Ze liggen al klaar in het cellofaan.