6.35 uur

Ik heb de wekker al 2x op sluimerstand gezet, nu moet ik er echt uit.

Zondagavond hadden we een etentje bij vrienden, we hadden ons daar zowel goed gevoed als goed gelaafd, als je begrijpt wat ik bedoel. Met dikke ogen probeer ik Nadja wakker te krijgen. Ook zij heeft er moeite mee. Ik roep papa erbij. Als ze zich zo zwaar houdt, is aankleden best pittig. Hij mag haar aankleden, terwijl ik de boterhammen klaar maak.

 

6.40 uur

‘An, kom eens helpen!’

Als ik terug in haar kamer ben, wisselen we met gekreukelde slaaphoofden een blik uit. Een volle luier, lekker dan. Omdat ik er toch sta, trek ik haar daarna ook haar kniekousen aan. Haar voeten ploffen terug op het matras.

 

6.45 uur

Papa kleedt Nadja verder aan, hij vervloekt de trui die eigenlijk te klein is. In de keuken maak ik haar ontbijt af en vul de brooddoos voor school.

 

6.50 uur

Voordat ze de rolstoel in gaat, poets ik haar tanden. Liggend op haar rug is ze het meest stabiel. Vanmorgen doet ze haar mond maar halfopen.

‘Mooie lachtanden voor de juf,’ probeer ik. Meestal grijnst ze dan haar boventanden bloot, waardoor ik beter kan poetsen. Nu ook.

 

6.55 uur

Ineens is ze klaarwakker. ‘Mooi maken!’ zegt ze. ‘Mooi, voor de juf!’

We helpen haar samen de rolstoel in, papa doet haar spalken en schoenen aan. Ik kijk op zijn verwarde kruin, terwijl ik Nadja’s haren doe, armbandjes pak en de nagellak met glitters bewonder die de oppas heeft aangebracht.

 

7.00 uur

‘Én de ketting,’ commandeert Nadja. ‘En mooie lippen.’

Ja ja, pfff waar een mens niet druk mee is om 7 uur ’s morgens… ‘ De lippen doen we straks, als je gegeten hebt.’ Ik schuif haar bord verder naar haar toe.

 

7.10 uur

Oké, ze eet. Haren gedaan, horloge bij haar om gedaan, alles onder controle.

Toch?

 

7.20 uur

Jas aan, sjaal om, laatste happen naar binnen werken. O ja, de lippenbalsem. Alstublieft mevrouw.

 

7.25 uur

Daar is Geert, de taxichauffeur. Gelukkig.

‘Muis!’ roept Nadja terwijl Geert haar naar de taxi rijdt.

Muis, waar de -piep- is Muis. Het zweet breekt me uit. Zonder Muis wordt het een drama. Net op tijd vind ik hem bij het voeteneind, onder de deken.

 

7.30 uur

‘Dááág, fijne dag op school.’

 

Missie geslaagd. Ze is maandagmorgen-mooi naar school. De week is weer begonnen.