We zijn allemaal wel eens de weg kwijt toch? Zelfs –of moet ik zeggen: voorál- politici, sporters, cabaretiers, premiers, je hoeft het nieuws maar te volgen en ik hoor het je verzuchten: ‘Nou, die is echt wel een beetje de weg kwijt.’

Nadja was in de meivakantie ook een poosje de weg kwijt. We verbleven in een vakantiehuisje in Friesland en broer Jay en vriend Jos wilden graag naar het Planetarium in Franeker. Daar kon Nadja niets mee. Dat het over sterren ging vond ze maar flauwekul. Hoezo sterren, het is toch licht? Dat ik met haar een nieuw zwempak zou gaan kopen deed daar niets aan af. Gillen, gillen, gillen. En het is best een stukkie hè van Bakkeveen naar Franeker…Pas toen we samen een ijsje aten op een terras, zag ik het zonnetje terug op haar gezicht.

De volgende morgen –nog steeds in ons vakantiehuisje- waren Nadja en ik vroeg wakker. Om de pubers niet te storen, maakten we samen een wandeling. Vanuit ons huisje liepen we zo het bos in. Samen met Nadja genoot ik van de strak blauwe lucht die zichtbaar was tussen de bladeren met al hun kleurschakeringen. Terug op het vakantiepark liep ik zelfverzekerd richting ons huisje.

‘Nie oe’ zei Nadja. Ik hoorde het wel maar luisterde niet echt, mijn hoofd was heerlijk leeg. ‘Nie oehoe’ zei Nadja weer. Ik bleef staan. Verrek, ze had gelijk. Ik liep niet goed! Ik keek om me heen en draaide de rolstoel. ‘We moeten terug hè Nadja?’

‘Ja!’ zei Nadja op een toon van ‘dat zei ik toch al’. Ze voelde mijn twijfel en dirigeerde me met haar hand: ‘Noh vedde, noh vedde…’ Ik hoorde Jay al weer zeggen: ‘Mam, jij hebt echt het richtingsgevoel van een dronken aardbei!’ Eenmaal in het huisje gebaarde Nadja ‘dom dom dom’ (zie foto).

Tja, ook moeders zijn wel eens de weg kwijt.