‘O, o o! Poepen!’ Met gevoel voor drama kijkt Nadja me met grote schrikogen aan. We zaten net te eten maar ik schiet meteen in de actiestand. Het zou toch een zegen zijn als ze zindelijk werd. Dus laat ik de lasagne aankoeken op mijn bord want hee, dit is belangrijk, dit gaat voor. ‘Knap hoor Nadja, dat jij dat voelt. Kom we gaan gauw naar de wc.’

Gauw betekent: rolstoel naar haar bed rijden, rolstoelblad eraf draaien, zitbroek losmaken, Nadja onder haar oksels omhoog hijsen, kontje geven en hup het bed op. Broek losmaken, luier uit, snel snel, snel want straks zijn we te laat. Verrijdbare po-stoel pakken, Nadja erop helpen, door de kamer naar de toilet, televisie aan (ja ja, weet je nog? Alles voor de rust om te kunnen produceren), deur dicht. Toch zo’n vijf minuten verder.

So far, so good want er wérd geproduceerd. Trots spoelde glunderbekkie het samen met een half pakje natte doekjes door. MAAR inmiddels zou ik willen dat ik de gave van Derek Ogilvie had (of had hij die nou niet…? Nou ja whatever, jullie begrijpen me) want er begint zich een patroontje te ontwikkelen. Op de fiets als het madammetje te lang duurt, als ze niet zo’n zin had om in bad te gaan, als ze zelf vindt dat ze genoeg heeft gegeten, als ze niet wil gaan slapen, roept Nadja het toverwoord:

‘Mama poep! Poepie doen!’

En daar ga ik weer. Want stel dat het echt zo is…

Geen idee hoelang deze fase gaat duren en of we ooit uit de luiers komen. Voorlopig is, om het maar metaforisch te zeggen, “de druk hoog”.