Na de puzzels en Nijntje, is nu baby-pop Rosa favoriet. Waar ik eerder nog hoopte op een korte hype ( ik hoor niet bij de vrouwen die vertederd ‘Aaah’ roepen boven elke kinderwagen ), is die nu inmiddels vervlogen. We hebben officieel een baby in huis.

Een baby die schone luiers en op het potje moet (let wel: op Nadja’s inmiddels best grote po-douchestoel ;‘Kijk uit! Haar been zakt in het gat!’) en in en uit bad met Nadja’s tillift.

‘Jahaa Rosa, dat moet,’ hoor ik mezelf terug in Nadja, ‘Anders krijg ik pijn in mijn rug.’

Ze zorgt niet alleen goed voor haar eigen ledematen, want pop Rosa mag niet aan haar hoofd worden opgetild. ‘Nee, niet zo,’ krijst ze dan en doet met wiegende gebaren voor haar buik voor hoe je een baby tilt.

  Levensecht is baby Rosa voor Nadja. Als ik moet opdraven om een foto van haar te maken, roept ze: ‘Lachen Rosa, tjieees.’ Ik bedoel maar.

  Ze gaat steeds een stukje verder. Sinds kort zit pop Rosa in haar eigen stoeltje, met een nep hamburger voor haar neus aan tafel. Het houdt de maaltijd behoorlijk op en aangezien we zoals veel gezinnen ’niet van tafel voor iedereen klaar is’ als regel hebben, heeft pop Rosa ook invloed op broer Jay.

  ‘Jezus, wat is dat voor een coke-snuivende-baby,’ zei Jay van de week, terwijl hij meewarig van pop Rosa naar Nadja keek.

  ‘Kook?’ vroeg Nadja.

  ‘Huh?’ zei ik.

  ‘Ja, kijk dan, ze heeft allemaal wit spul in haar neus!’

  ‘O, lachte ik, Nadja heeft haar tanden gepoetst…’

  Nadja hield onverstoorbaar een rietje voor Rosa’s mondje en gaf haar een hapje.

  ‘Nou, ze groeit niet hard hè, die crack-baby van jou,’ ging  Jay door.

  Ik kreeg de slappe lach.

  ‘Waarom lachen?’ vroeg Nadja. 

  Met moeite trok ik mijn gezicht weer in de plooi.

  Van de week was baby Rosa jarig. Om het spel mee te spelen, toverde ik een waterpistooltje dat ik nog had liggen, om tot kadootje. ’s Middags uit school begreep ik na enig doorvragen dat ík nou wel een kadootje had gegeven maar dat zij als moeder van Rosa ook iets wilde geven. Dus, nog iets uit mijn voorraad opgesnord, waarna moeder Nadja wel even voordeed hoe je daarmee speelt, ons slimpie. Wie het laatst lacht, lacht het best. Wat jij, Nadja!’