René Vercoutre, de oudste beademingspatiënt van Nederland, is overleden. Hij kreeg in 1956 als vijftienjarige jongen polio. Vijf jaar lang lag hij daarna in het ziekenhuis, tot hij besloot dat hij zelfstandig wilde wonen. ‘Contact is het belangrijkste in mijn leven,’ zo zei hij. En dus ging hij tegen de artsen in die zeiden dat hij het niet zou redden. ‘Liever twee maanden in de maatschappij dan nog vijf jaar in het ziekenhuis,’ zo zei hij.

Een man naar mijn hart. Denken in mogelijkheden. Ik begreep hem. Ik heb al eerder in een blog geschreven dat ik dacht dat mijn wereld verging toen artsen zeiden dat onze dochter rolstoelafhankelijk zou blijven. Later stelde ik dat bij: niet kunnen communiceren, niet begrepen worden, dát is pas erg.

Meneer Vercoutre maakte iets van zijn leven. Hij trouwde met zijn verpleegster, deed mee aan internationale kampioenschappen pijproken, en kreeg een lintje voor zijn werk voor de stichting SAR (Stichting Alternatieve Relatie Bemiddeling – voor mindervaliden – )  

En toen ging het pas echt mis. De canule die hij nodig had om te kunnen blijven spreken, werd niet meer gemaakt. Veel, heel veel mensen hebben hem geholpen met de zoektocht naar de juiste canule. Fabrikant Teleflex, die de oude producent van het artikel had overgenomen, bood aan wat buisjes voor hem te maken. Maar blunder, blunder: ze bleken niet exact hetzelfde en voldeden dus niet. En zo deed hij al maanden met het allerlaatste, langzaam afbrokkelende buisje. 

De hele dag denk ik aan zijn familie. Aan de wanhoop die zij, samen met hem, moeten hebben gevoeld. Ongeloof overheerst bij mij. Hoe is het mogelijk dat er niemand was, helemaal niemand, die een paar van die oude buisjes kon namaken.

Meneer Vercoutre is gestorven door nierfalen, zo staat in de krant. Ik denk stiekem dat hij het moment waarop hij niet meer kon communiceren, niet af wilde wachten.

Laten we hem door zijn naam te blijven noemen, in memoriam, blijvend een stem geven.