Nadja wordt groot. Niet alleen letterlijk: staand komt ze tot vlak onder mijn kin en nu ze door de botox in haar benen beter op kan strekken zelfs tegen mijn kin aan, maar ook figuurlijk. Wijsneuzerig, zoals meisjes van bijna dertien wijsneuzerig kunnen zijn.
Vorige week hadden Jay en ik het over de seizoenen. Wanneer begint de lente nou ook al weer, is dat nou februari of maart? En de winter? In december, echt? Nadja keek van de een naar de ander, rolde naar haar kamer, waarna een hoop lawaai volgde. Ze was bezig het grote houten bord te pakken waar niet alleen de klok, maar ook de dagen, seizoenen en het weer op aangegeven worden.
‘Kijk!’ zei Nadja en wees naar de wisselend gekleurde maanden die corresponderen met de kleur van het desbetreffende seizoen. Ze keek ons om beurten trots aan.
Soms verbaast het me hoeveel ze al weet en dat ze echt een kind van deze tijd is. Zo kijkt ze vaak naar filmpjes op Youtube. Toen ik vroeg hoe ze op die filmpjes kwam, zei ze: ‘Kom maar,’ ze nam de IPad over, klikte op de zoekfunctie en jawel hoor… Toen ik achter haar wilde blijven staan om te kijken hoe ze verder ging, zei ze hautain: ‘Ga weg.’ Ze wapperde met haar hand.
Af en toe wekt haar wijsneuzerigheid de ergernis van Jay op. Zoals bijvoorbeeld als hij tijdens het eten met de tanden van zijn vork over het bord schraapt. Gewoon, voor de lol.
‘Stoppúhun!’ gilt Nadja.
‘Doe effe normaal joh.’ (Jay)
‘Kun je dat ook anders zeggen Nadja?’ (ik)
‘Jay, wil je daarmee stoppen, ik heb er last van.’
Wauw, wat een volzin. Behoorlijk verstaanbaar ook. Ik hoor de juf erin terug. Als Jay en ik ons gesprek weer hebben opgepakt, wil Nadja nog even het laatste woord: ‘Nooit meer doen!’
Ik moet stiekem lachen, Jay draait zijn ogen naar boven.