‘Wanneer was jouw mango-moment?’ is de openingszin van een artikel in het Algemeen Dagblad. Mijn interesse is gewekt. Het artikel gaat over een ernstig zieke vrouw die enorm opleefde toen haar gevraagd werd waar ze haar een plezier mee konden doen.

‘Met een mango,’ was haar verrassende antwoord.

Een hoogleraar vroeg zich af hoe zo’n kleine attentie zo’n verschil kon maken en startte een onderzoek.

Huh? Een onderzoek? dacht ik. Zijn we werkelijk zo afgestompt dat we de wetenschap erop los moeten laten om tot de conclusie te komen dat persoonlijke aandacht goed is voor ons welbevinden?

Direct erachteraan voelde ik medelijden met al die mensen in de zorg die hun vak hebben gekozen om iets te betekenen voor een ander, maar daar door alle bezuinigingen geen tijd meer voor hebben.

Maar, die zorg was niet terecht zo vervolgde het artikel, want op de vraag of zo’n mango-moment veel tijd kost, antwoordde de hoogleraar: ‘Nee, eigenlijk niet. Het is prima haalbaar.’

Voor de goede orde: we hebben het hier bijvoorbeeld over een verpleegkundige die een foto afdrukt van een boeketje bloemen dat niet op de isolatieruimte mag staan of het regelen van het favoriete sapje voor een ziek kind.

‘Dus, deze persoonlijke aandacht kan elke dag?’ vroeg de journalist uit het artikel logischerwijs.

Tot mijn ontsteltenis was het antwoord: ‘Nee! Je moet een patiënt niet elke dag een mango geven, het moet een lichtpuntje blijven.’

Goh, ja, stel je voor!

In een eerder blog heb ik me kritisch uitgelaten omtrent de niet tegen te houden robotisering in de zorg. Over onpersoonlijk gesproken…Maar aangezien ik graag in mogelijkheden denk, zie ik het nu ook van een andere kant: als die robotten nou medicijnen verdelen en vies beddengoed naar de wasruimte brengen, heeft het verpleegkundig personeel tijd voor een dagelijks mango-moment.