‘Mama,’ roept Nadja vanuit haar kamer. Als ik naast haar sta, vraagt ze: ‘Hoe heten die stokjes eigenlijk?’ Ze wijst naar de… tja, hoe heten die dingen. Van die platte ‘stokjes’ die ter versteviging in de tilzak geschoven kunnen worden, zodat je beter rechtop blijft.

Ik vind het een goede vraag en ben verrast over hoe ze haar vraag geformuleerd heeft. Ze heeft zelf ‘stokjes’ bedacht en het woord ‘eigenlijk’ is ook nieuw in haar vocabulaire.

‘Ik weet het ook niet Nadja, ik zal eens even googlen.’ Ik typ: versteviging tilzak. Niets. Nadja kijkt mee. ‘Tillift,’ zegt ze.

Ik typ: versteviging tilzak van tillift.

Bingo!

We komen uit bij een filmpje op YouTube waarin we het woord horen: baleinen. Ja, als je het eenmaal weet is het zo logisch.

‘Ik vond het een slimme vraag en je hebt slim gezocht: toppie!’ complimenteer ik Nadja.

‘Zo. En nu wat drinken. Wat wil jij?’

Nadja wil limonade. ‘En jij?’ vraagt ze.

‘Ik neem een kop koffie.’

‘Een lekker bakkie,’ roept ze me na als ik de kamer uitloop.

Ik draai me om en moet lachen. Wij gebruiken thuis die term niet.

Die Nadja met haar nieuwe woorden. Leuk.