Op woensdagmiddag komt vriendinnetje Nafiso vaak uit school mee met Nadja. Ze zit in dezelfde taxi dus dat kan eenvoudig. Ze luncht dan bij ons, op woensdagen maken we dat extra lekker: een gebakken ei, tosti, pannenkoek of wrap.

‘Wat is een wrap?’ vraagt Nafiso aan Nadja. Het is zo gezellig de dametjes te horen keuvelen, ze hebben echt een dialoog samen, ik vind het als moeder heerlijk om mijn dochter in zo’n gelijkwaardige rol te zien.

Na de lunch verdwijnen ze in Nadja’s kamer. Ik hoor Nafiso vragen hoe Nadja’s bed omhoog en omlaag gaat. Ah, ze wil de zitzak hebben die eronder staat. Ik laat ze lekker hun gang gaan. Ze kijken naar een dvd van K3.

Als ik even boven ben, hoor ik Nadja roepen. ‘Mam! Kom eens!’ Nafiso is boos op haar is, en nu is zij boos omdat Nafiso boos is.

Het probleem wordt snel duidelijk. Nadja wil de muziek begeleiden op haar speelgoedtrompet. ‘Ze maakt heel veel herrie. Ik heb gezegd dat ze moet stoppen,  maar dat doet ze niet,’ zegt Nafiso. De trompet ligt achter de deur op de grond, Nadja kan er niet bij.

‘Maar,’ zegt Nadja verdrietig, ‘voor Nafies…’

Tja, ook als haar vriendinnetje er niet is, maakt Nadja dansjes en muziek voor haar. Iedere dag. Dan zet ze een foto van hen samen naast haar cd-speler.

Ik leg het Nafiso uit. ‘Ahhh,’ zegt Nafiso en lacht. ‘Doe het dan heel zachtjes, goed?’

Het gaat een poosje goed. Ik hoor Nafiso de liedjes meezingen terwijl Nadja toetert.

‘Nadja,’ hoor ik door de deur, ‘wil je hier eens op spelen voor me?’

Nieuwsgierig luister ik bij de deur. Slimme Nafies, ze heeft het pianootje gepakt, die klinkt wat vriendelijker. ‘Mooi hoor,’ zegt ze lief.

Die Nafiso, talent voor empathie en compromis.