Vorige week: ‘Mam, op de kalender schrijven.’ Nadja kwam vanuit haar kamer aangerold met de grote omslagkalender op haar blad. Tegenwoordig moet alles op de kalender. Soms tot wat we ’s avonds eten aan toe.

Dat is handig als er iets leuks aankomt, maar minder handig als de plannen noodgedwongen veranderen, zoals dinsdag toen mijn afspraak niet doorging en de oppas dus niet hoefde te komen. Dat leverde wel even een momentje op (wat ik afkocht door haar nagels in haar lievelingskleuren te lakken).

Maar goed, vorige week moest op de kalender worden bijgeschreven dat we naar de open dagen van de manege zouden gaan.

‘Paardje rijden!’ gilt Nadja enthousiast en stuitert in haar rolstoel de voorwieltjes van de grond. Ja, ze is een echt paardenmeisje geworden.

Op school vullen ze de agenda ook wekelijks vooraf. Therapieën, lunchproject, gym, uitjes, en ook welke juffen werken, wordt genoteerd. Tot haar grote verdriet had Nadja gezien dat juf Caroline maandags vrij zou zijn (het moet niet mogen). Afgelopen donderdag en vrijdag moest ze haar ook al missen vanwege Hemelvaart en de vrije vrijdag erachteraan. Ze zou haar dus pas deze donderdag weer zien.

Met haar vinger bij de dag op de kalender somt Nadja op hoe de week eruit gaat zien.  ‘Trommelen (workshop djembé tijdens de neven-en nichtendag), paardrijden, naar het strand, naar opa en oma, naar school…’ Haar vingert nadert de donderdag, daar staat een heleboel: papa komt een week terug uit het buitenland, oppas Elise komt ’s avonds én last but not least juf Caroline is er weer.

‘Een topdag!’ roept Nadja blij.

Voorpret. Leve de kalender.