Wie ontvangt er tegenwoordig nog een (handgeschreven) brief? Best jammer, toch? Gelukkig heb ik nog twee oudtantes met wie ik een sporadische briefwisseling heb, als er zo’n handgeschreven brief op versierd postpapier op de deurmat ligt, voelt het altijd als een kadootje.
Nadja heeft deze oude traditie in ere hersteld. Zij schrijft iedere week wel een brief. Aan de oppas omdat ze zo blij is haar weer te zien, aan opa om te vragen wanneer hij weer komt voorlezen, aan klasgenoten om te vragen hoe het met ze gaat (ben je nog ziek? Heb je een leuke vakantie gehad?)
En soms ook omdat ze een verzoek heeft. ‘Mag ik vandaag in de statafel?’
‘Mag ik in de pauze in de zitzak?’ ‘Mag ik in een gewone stoel zitten?’
Hoe werkt het: Nadja vertelt me wat ze wil typen, ik schrijf het op een kladje, zij typt de woorden na. Vrijwel altijd met kleurplaat en stickers erbij ter versiering.
Soms is het geschreven woord nodig omdat de toehoorder haar wellicht niet zal verstaan als ze de vraag verbaal stelt, maar vaker wordt het ingezet om haar wensen en gedachten kracht bij te zetten.

Deze week ontving ík een brief van haar. De juf had het voor haar uitgeschreven. We hadden ruzie gehad ’s morgens vroeg. Ze wilde haar tanden niet laten poetsen en eigenlijk wilde ze gewoon helemaal niks. Niet aankleden, niet eten, niet in de rolstoel. En o, wat heeft ze me dan. Want aangezien ze even zwaar is als ik en oersterk, wint ze dus ongewild. Ziek was ze niet, dus ze moest van mij gewoon naar school. Gelukkig heeft ze nog steeds Geert als taxichauffeur die haar samen met mij de taxi in heeft gekregen. Het moet er naar uit hebben gezien. Een meisje die haar wielen vasthoudt, gilt, krijst en om zich heen slaat. Maar soms moet je als moeder doorpakken.
In de taxi had ze zichzelf los gekregen en in de rijdende taxi op de grond laten zakken. Levensgevaarlijk. Toen ik daar ’s middags met haar over wilde praten, was haar weerwoord dat ze zich ‘heel goed aan haar voetenplank had vastgehouden, hoor.’

Hmm. Zou een brief aan Nadja met de huisregels helpen?